Bijlage Oogbewegingen

In NLP (= neuro linguïstisch programmeren) wordt gebruikt gemaakt van oogbewegingen. Het is één van de ontdekkingen, die Bandler en Grinder deden: ze vonden een relatie tussen oogbewegingen en representatiesystemen in onze manier van denken. Aan de oogbewegingen van iemand kun je aflezen welk representatiesysteem iemand gebruikt om informatie op te roepen; de ogen bewegen op een bepaalde manier om informatie te zoeken.

Wanneer je meer wilt weten hierover, dan is het interessant om tegenover iemand te gaan zitten en een aantal vragen te stellen.

Het plaatje hiernaast is dan het gezicht van degeen die tegenover je zit. Daarmee ga je dan bepalen wat iemand zijn voorkeurssysteem is. Teken tijdens het beantwoorden van de vragen steeds op een (ander) blaadje welke kant iemand op kijkt bij het zoeken naar het antwoord/de informatie. Na een aantal vragen kun je uitvinden, wat naar zeer grote waarschijnlijkheid het gebruikte of het leidende systeem is.

De vragen:

  • Hoe zou een zingende mug klinken?
  • Hoe voelt de koude wind in je gezicht?
  • Hoe ziet jouw auto/fiets eruit?
  • Welk merk heeft jouw auto/fiets?
  • Hoe klinkt een valse gitaar?
  • Hoe voelt spanning voor jou?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je iets goed doet?
  • Hoe klinkt het gelach in jezelf?
  • Denk aan de straat, waar jij woont, wat komt er dan in je op?
  • Stel je voor, hoe zie je eruit als jij 20 jaar ouder bent?
  • Wat hoor je, als je denkt aan een roze olifant?
  • Hoe voelt een massage?
  • Herhaal in jezelf: Nooit genoeg of goed genoeg
  • Wat zeg je tegen jezelf, als je iets goeds doet?

Zo zijn er na deze vragen nog veel meer vragen te bedenken, die je kunt stellen aan de persoon, die tegenover je zit. Let op zijn/haar oogbewegingen en noteer ze kort met een pijltje. Nog beter is het als er iemand met je meekijkt, die diezelfde oogbewegingen ook noteert. Dan kun je ze samen bespreken en daarna herleiden, wat het meest voorkomende representatiesysteem is.

Representatiesystemen

Bij dit woord ga je nu denken aan visuele, auditieve, kinesthetisch (gevoel) systemen en het laatste -nog niet genoemde systeem- het denken, de interne dialoog, die mensen vaak met zichzelf hebben. Kijkt iemand tijdens de vragen voornamelijk omhoog, dan zal hij of zij vooral gebruik maken van visuele herinneringen of die visueel creëren. Kijkt iemand veel opzij, zeg maar: richting de oren, dan maakt diegeen gebruik van auditieve herinneringen of creëert ze auditief. Kijkt iemand veel omlaag, dan is het afhankelijk van de richting, of dat meer een interne dialoog behelst of dat het gaat om het checken van het gevoel.

  • Vc = Visueel creëren (verzinnen) & Vh = Visueel herinneren
  • Ac = Auditief creëren (verzinnen) & Ah = Auditief herinneren
  • K   = Kinesthetisch (voelen, emoties, bewegen)
  • Ad = Auditief digitaal (in dialoog met jezelf, overdenkend)
Wel is het zo, dat er mensen zijn, waarbij deze plaats van de indeling net andersom is. Vaak is dat zo bij linkshandige mensen. Wil je meer zekerheid, vraag dan waar iemand aan denkt, als hij zich iets herinnert en laat hem aanwijzen, welke kant hij dan die herinnering hoort én ziet.
Is voor jou het woord representatiesysteem nu nog niet duidelijk, lees hier dan een uitleg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.