Trots op werken in het onderwijs

Ik heb een drukke week achter de rug. En als ik erover nadenk, is dit niet eens een week met echte uitzonderingen. Er is elke week wel wat extra’s te doen, naast het lesgeven en het voorbereiden van lessen. Ik werk 3 dagen, maar deze week ben ik bij elkaar zeker nog 8 uur extra uur bezig geweest voor school. Een opsomming:

– Toetsen van Cito, methodetoetsen van spelling, taal en van een van de zaakvakken.  Daarna invoeren in het leerlingvolgsysteem en het verwerken in een soort verzameldocument. Heel veel nakijkwerk en administratiewerkzaamheden dus… minder leuk dit soort dingen.
– Als bouwcoördinator ben ik deze week bij al mijn collega’s in mijn bouw langs geweest om te inventariseren, wat ze volgend jaar willen gaan doen. Per collega 10 minuten, dus totaal toch z’n anderhalf uur. Wel heel leuk om te doen, die persoonlijke gesprekjes.
Vol ideeën leerkrachtIn april doen we met de hele school een project. De titel wordt “Oh, oh, Den Haag”. Deze week moet iedereen zijn onderwerp met een uitstapje inleveren, zodat de commissie dat de komende tijd kan regelen. Je raadt nooit wie er ook in die commissie zit… 🙂
Op zoek gaan op het internet naar lesideeën wordt al gauw een flinke tijd doorbrengen op allerlei sites. Zoveel ideeën, zoveel mogelijkheden… Zeker wel leuk om me in te verdiepen.
– Als leescoördinator hebben we in de leerwerkgroep bedacht dat we een pilot ‘tutorlezen’ willen gaan doen na de voorjaarsvakantie. Dat houdt in, dat we de groepen door elkaar husselen en oudere kinderen met jongere kinderen samen laten lezen. Deze week gingen we op zoek naar geschikte boeken hiervoor, samenleesboeken en toneellezen. Ook weer heel leuk om te doen, want dit heeft zeker mijn interesse. maar je snapt het al, even zoeken op internet kost tijd en daarna de titels bekijken met een collega om een keuze te maken…
– Als ik dan klaar ben met alle dingen, schrijf ik nog een overdracht voor mijn duo. Zij moet ook weten, welke bijzondere dingen er deze week gebeurd zijn en waar nog aandacht voor nodig is. ‘Eventjes gedaan’.
– Aanstaande maandag hebben we een studiedag, waarop we gaan bedenken hoe en wat we het komende halfjaar willen bereiken met onze leerlingen. Fijn, dat we daar een dag voor hebben om zonder kinderen met elkaar te kunnen overleggen. Fijn, dat we dat niet ‘even’ na schooltijd hoeven te doen.

Omdat ik net een halfjaar thuis heb gezeten, merk ik wat een tijdrovende bezigheid het onderwijs toch vaak is. Ik merk dat ik veel tijd nodig heb voor alle dingen naast het onderwijs. Ik houd van uitdagingen, maar tijd is geen leuke uitdaging. Dat is puzzelen en soms te lang doorgaan. Ik ben op zoek naar de balans van werken en ontspanning en dat doe ik meer dan een jaar geleden, ook omdat ik anders te weinig mijn armen en schouders beweeg en heel stijf wordt.
Afbeeldingsresultaat voor passieToch heb ik aan mezelf gemerkt, hoe ik het werken met kinderen heb gemist. Blijkbaar is de keuze, die ik 25 jaar maakte om het onderwijs in te gaan toch ook nu nog mijn passie. Ik merk alleen, dat ik in dit soort maanden met veel extra’s naast het lesgeven wel eens denk: “Ik kan wel bij een supermarkt gaan werken. Dan hoef ik alleen maar de artikelen te scannen en te vragen of iemand zegels wil.”
Maar ik heb vroeger bij AH gewerkt en dat deed ik het eerste jaar achter de kassa, nog in de tijd dat je alle prijzen uit je hoofd moest weten. Dat ging me heel goed af en binnen twee jaar was ik regelmatig verantwoordelijk voor het tellen van de kassaladen en het afsluiten van de winkel. Dus ja… ik denk dat ik ook daar nooit een eenvoudige baan zou houden. Lol!

Toch is het jammer van de week om dit artikel te lezen: “Derde van jonge leraren stopt voor dertigste”. Ik snap het wel, want veel kansen om door te groeien en meer te gaan verdienen heb je in het onderwijs niet. Je hebt de gewone leerkracht; de leerkracht, die zich ergens in heeft gespecialiseerd, de intern begeleider, de adjunct en de directeur. En dat is het qua ontwikkeling, ook op het gebied van mogelijkheden en verbreden van je kennis en werkzaamheden. En als je je wilt verdiepen in iets, dan doe je dat in je eigen tijd, zoals ik vorig jaar deed met mijn opleiding tot leescoördinator.
In een van de formatiegesprekjes met een van mijn collega’s hebben we het over het vinden van een andere baan. De collega vraagt zich af wat zij dan zou kunnen gaan doen, als zij zou stoppen in het onderwijs. Ik kan zo weinig, zegt de collega. Maar dan zeg ik: “Dat is bijzonder, ik denk dat wij als leerkrachten juist heel veel kunnen. We werken met kinderen, houden alles in de gaten, kunnen alle vakken geven, die gevraagd worden. We verdiepen ons in rekenen, taal, spelling, woordenschat, zaakvakken, extra lessen als sociale vorming en godsdienstonderwijs. We kunnen analyseren, verwerken van gegevens en dat allemaal zo inplannen, dat het op tijd klaar is. We gaan in gesprek met ouders over hun kinderen en soms met hun kinderen erbij. We maken ons zorgen over de ontwikkeling van die kinderen en sturen die bij waar nodig. Hoezo… ik kan zo weinig?”
Ken je

Afbeeldingsresultaat voor leerkrachtIk ben trots op wat ik doe en wat ik kan. Ik ben een leerkracht in het basisonderwijs en doe dit werk met veel plezier. Ik daag kinderen graag uit om meer uit zichzelf te halen en ik hoop dat ik dat nog wel een tijd kan blijven doen.

Wat maakt dat jij trots bent op het werken in het onderwijs?
Schrijf je reactie hieronder.

Mijn herstel samengevat

Eind juli brak ik tijdens mijn vakantie mijn bovenarm en schouder. Ik kreeg in het Noors advies om na 10 dagen te gaan pendelen en in Nederland nogmaals een foto te laten maken om te kijken of de breuken niet veranderd waren.
In de eerste 2 weken had ik heel veel pijn, dus maakte ik gebruik van de morfinepillen, paracetamol en heel soms de ibuprofen, die ik van het Noorse ziekenhuis mee had gekregen. Ook kreeg ik in Noorwegen de blauwe sling, die hier in Nederland veel verbazing opleverde. Het voordeel van deze sling was dat mijn arm kon hangen en dat die op zijn plek werd gehouden door de band om mijn middel heen. Ook een groot voordeel van deze sling was, dat je geen nekklachten krijgt door het gewicht!

Wat ik vooral heel lastig vond, was dat ik steeds te horen kreeg, dat het na 6 tot 8 weken wel geheeld zou zijn. De dokter, die me begin augustus in Nederland onderzocht, zei tegen me dat ik op de volgende afspraak in september al een heel eind op weg zou zijn…
Niet dus, wat een valse verwachtingen kreeg ik daarvan en wat was ik teleurgesteld! En hetzelfde idee gaf de bedrijfsarts, die me begin september belde, mij ook. Ik zou na 8 weken wel weer veel kunnen. Begin oktober zag ik het echt niet meer zitten, want wat was er mis met mij? Waarom duurde het dan veel langer? Wat deed ík fout?
Ik kreeg steeds meer behoefte aan praktische informatie. Hoe lang duurt het herstel? Hoe lang duurt het voor ik weer op mijn zij kan slapen? Hoe lang duurt het voordat ik weer pijnloos kan bewegen? Ik zocht op internet naar antwoorden, maar helaas krijg je daar na een paar keer klikken altijd de minst leuke dingen te lezen of las ik weer over diezelfde tijdsperiode van 6 tot 12 weken. Daarbij kwam dat ik in mijn omgeving ook al 5 verschillende verhalen had gehoord over hoe het in ieder geval niet goed was verlopen. Niet fijn, die info, waar je eigenlijk niks mee kunt, maar wel wat met je doet.
Mijn fysiotherapeut legde en legt me gelukkig veel uit, maar zeker in het begin heb ik veel last gehad van mijn eigen weerstand. Ik zal toch wel laten zien, dat ik sneller beter ben… Jaja… Zucht.

Na bijna 4 maanden kregen we van de arts in het ziekenhuis (bij de 5e foto!) pas een duidelijke uitleg. Zij had de tijd en nám de tijd voor ons en onze vragen.
Wat een eyeopeners: Ik snapte nu dat de breuk aan de kop van mijn schouder ervoor heeft gezorgd dat ik niks kon. De aanhechting van de spieren zit daar en bij elke beweging deed dat zeer. Ik snap nu eindelijk, dat 3 maanden herstellen een heel gewone periode is, dat er 6 maanden nodig zijn om weer de meest normale bewegingen te kunnen maken en dat ik moet verwachten pas na een jaar weer alles te kunnen, zoals m’n armen weer echt de lucht in te kunnen gooien… (áls dat al weer kan na deze breuk). En deze informatie klopte voor het eerst wat de fysio ook steeds aan mij uit had gelegd. Nu klopt het plaatje van mijn herstel pas goed en kan ik het ook aan mijn werkgever uitleggen en aan alle anderen met vragen over mijn langdurende herstel.

Omdat ik zelf zo’n behoefte had aan informatie, schrijf ik hier mijn ervaringen op. Ik hoop dat dit voor iemand anders juist weer een hulp kan zijn om de situatie te vergelijken en duidelijk maakt, wat je kunt verwachten. Natuurlijk, elke breuk is anders en elk herstel verloopt anders, maar de arts, die me uitleg gaf na bijna 4 maanden, en mijn fysiotherapeut hebben me laten weten, dat mijn herstel werkelijk verloopt als te verwachten is. En dat gaf mij voor het eerst echt rust. En dat wens ik jou ook toe.

Hieronder in schema gebracht hoe mijn herstel verliep: Lees meer

De bedrijfsarts (2)

Op 17 oktober ging ik voor het eerst van mijn leven Afbeeldingsresultaat voor herstel botbreuknaar een bedrijfsarts. Na dit gesprek schreef ik erover, omdat ik me werkelijk verbaasde over de onpersoonlijke benadering.
Ik kreeg de dag na het gesprek een verslag met heel veel tekst, maar waarin ik me wél kon vinden qua aanpassingen en tijd nemen voor herstel. Behalve dan het aantal uren per dag. Gisteren, precies 6 weken later, moest ik weer een gesprek langs bij dezelfde vrouw.  Van tevoren nam ik natuurlijk alle scenario’s door, hoe ik me zou voelen, wat ze zou zeggen en nog veel meer.

Vorige week had de arts voor het eerst telefonisch contact opgenomen met mijn directie, dus zo’n 14 weken na mijn ziekmelding. Vrij laat dus, mijn leidinggevende vroeg zich al af, waarom dat zo lang had geduurd. Ook had zij gesproken met iemand van het bestuur en die had haar verteld, dat ik het advies van de bedrijfsarts had moeten opvolgen. En dat had ik niet gedaan: de 3 dagen van 4 uur waren voor mij onmogelijk en in overleg met mijn leidinggevende hadden we een andere oplossing gevonden. Twee dagen van 3 uur op school en één dag thuis aan het werk achter de computer. En zeker nog geen lesgeven.

Ik probeerde voor het eerst een spellingles uit. Omdat ik me inmiddels beter ging voelen en minder pijn ging ervaren, had ik al bedacht dat ik na de kerstvakantie wel weer volledig aan het werk kon gaan. Dit had ik ook overlegd met de arts van het ziekenhuis (13-11) en met mijn fysiotherapeut. Mensen die er naar mijn mening toe doen, die werkelijk inzicht hebben in mijn specifieke situatie. Mijn plan met opbouw had ik overlegd met mijn leidinggevende en die kon zich erin vinden.

Ik was reuze verbaasd toen ik vanmorgen dezelfde bedrijfsarts ontmoette.
Huh? Ja!
Want deze keer had ik zo goed als te maken met een ander mens, een ander humeur, zo goed als een andere bedrijfsarts. Ten eerste stak ze meteen haar hand uit, maar omdat ik mijn handen vol had, zei ze: “Oh, dat komt zo wel…” En inderdaad gaven we elkaar een hand in haar kamertje. Ze maakte een grapje, ze maakte oogcontact en leek 10 keer zo vriendelijk en toegankelijk in vergelijking met mijn eerste keer.
Ze vroeg me hoe het ging, of ik het ziekenhuis al had bezocht en wat de bevindingen daar waren. Ik vertelde over de verbeteringen, over minder pijn, dat mijn botten aan elkaar waren gegroeid en dat ik sinds twee weken mijn arm meer ging belasten. Dat ik in januari terug moet komen voor de controle.

“Dus je kunt weer aan het werk.”
“Ja, ik werk nu 3 keer 4 uur.” (Oké, pas die week voor het eerst, maar toch…)
“Dus dan kun je nu 100% gaan werken, want alles gaat goed vooruit.”
“Nee, ik heb in overleg met mijn directie een plan opgesteld om steeds meer te gaan werken.”
Ik overhandigde mijn eigen plan en liet de opbouw in uren zien tot aan de kerstvakantie. Ze vroeg: “Maar je hebt de afgelopen tijd toch 3 keer 4 uur gewerkt?”
“Nee, tot vorige week nog niet, want dat ging niet. Te veel pijn na elke werkdag en dat zat mijn herstel in de weg.”
“Ja, maar dat was wel mijn advies.”
Ik knik en ben niet van plan om de discussie verder te voeren. Dus ik zeg niks.

Na mijn werkhervattingsplan bekeken te hebben, stemt ze in. Ze ziet de opbouw in uren en omdat ik dit ook overlegd heb met mijn directie, stemt ze ermee in en typt het schema over in haar verslag. Ze typt in het verslag dat ik weer aan het werk ga op 8 januari 2018.

Aan het eind van het gesprek zegt ze: “Je gaat wel heel goed vooruit, want meestal hebben mensen toch zeker een half jaar nodig om volledig te herstellen. Dus daar kun je blij mee zijn… ”
Oké, ik weet niet goed wat ik met deze opmerking moet. We geven elkaar weer een hand en groetten elkaar. Mijn man is stomverbaasd als ik al ik al zo snel weer voor zijn neus sta. In de auto vertel ik over mijn geheel andere ervaring.

Het verslag kreeg ik vandaag binnen en weer verbaast het me, dat het precies weergeeft, wat ik zelf had bedacht. Het is zo’n rare gewaarwording, dat je tijdens het gesprek denkt, dat dit niet zal gaan lukken, dat het verslag volkomen de plank mis gaat slaan. En dat als je het dan leest, het wel klopt…

Ik hoef niet meer terug te komen, doordat ik op korte termijn mijn werk ga hervatten. Was het advies anders geweest, dan had ik dit keer wel een second opinion aangevraagd. Dat had ik ook nodig gehad, als het eerste advies strak was opgevolgd. Ben je het er niet mee eens, dan moet je actie ondernemen, dat is me wel duidelijk geworden. En wat me ook helder is, dat je van tevoren goed moet weten, wat je belemmeringen en mogelijkheden zijn, Afbeeldingsresultaat voor bedrijfsartswant dan valt er te onderhandelen. Ik ben heel trots en blij, dat ik al een plan had opgesteld en dat het al was besproken, want daardoor voelde ik me sterk staan. Had ze de 100% met directe ingang als advies opgegeven, dan was ik daar niet mee akkoord gegaan. Ook al had dat me veel stress opgeleverd, ik ben het waard om voor mezelf op te komen!

Zo ver mijn ervaringen met de bedrijfsarts.
Blij, dat ik dit niet meer hoef, ik raad het iedereen af. Pffffff!

15 weken #maaréénarm

Poster in formaat B1 (weer wat geleerd) Alleen de tekst wil ik nog aanpassen…

Wat gaat de tijd langzaam en tegelijkertijd ook heel snel. De herfstvakantie is al voorbij; de wintertijd is ingegaan; mijn middelste zoon komt over drie en een halve week alweer thuis van zijn avontuurlijke 4 maanden in Noorwegen; ik heb 1 héél dik fotoboek afgemaakt en ben bezig met nog eentje; ik heb mijn poster bijna af; ik ben een vest aan het haken, waar ik vorig jaar mee gestart was; ik lees een paar boeken tegelijkertijd en kijk televisie; ik volg series, die ik nog nooit eerder heb gevolgd. En o ja, ik ga naar de fysiotherapeute en naar mijn werk en ik oefen me helemaal gek met elke dag schouder-, arm- en elleboogoefeningen. En sinds vorige week sta ik ook een paar minuten op de crosstrainer, ook een hele overwinning.

Natuurlijk wordt me dagelijks gevraagd, hoe het met me gaat. Het gaat steeds beter met mij, persoonlijk en met mijn bovenarm. Ik heb me ook voorgenomen, alleen maar steeds te zeggen, dat het beter gaat. En pas als iemand verder vraagt meer te vertellen. Zo positief mogelijk. Ik kan elke dag weer iets meer en kan elke dag weer een beetje verder bewegen. Ik merk dat ik de laatste 2 weken écht vooruit ga en dat ik me beter ga voelen. Wat me echt heeft geholpen, is de aanschaf van dit ding: een Afbeeldingsresultaat voor blauwe jblmuziekbox: Dat ik van muziek houdt, dat wist ik wel, maar als je de hele dag naar de radio luistert, word je stapelgek van alle reclame, nieuws en verkeersmeldingen. En met dit ding draai ik ook via Spotify leuke muziek. Ook luister ik graag naar de songs, die ik op mijn telefoon heb staan en wil ik erop ‘dansen’, zodat ik nog meer in beweging kom. Dansen is een groot woord, want op en neer springen doe ik echt nog niet… :).
Maar je snapt me vast wel.

Maar goed, ik ben in beweging… ik wil zo graag weer de oude Nienke worden en met mijn armen wijd in de lucht laten zien, dat ik vrij ben. Vrij van pijn, vrij van die belemmering in mijn spieren, vrij van de angst om onverwachte bewegingen te maken, vrij om te gaan en te staan waar ik wil (en niet te moeten afwachten totdat iemand mij ophaalt, wegbrengt of tot de taxi komt). Onafhankelijk zijn, dat wil ik weer!
Graag weer gewoon slapen op mijn zij, zonder kussens aan alle kanten ter ondersteuning. Me ’s nachts omdraaien, zonder dat ik wakker wordt. En ik ben op de goede weg, want ik ga nu nog meer 3 keer per week ’s nachts uit bed in plaats van elke nacht.

“Word ik gek van het thuis zitten?” Dat vragen mensen mij ook. En dan verbaas ik mezelf, want nee, gek word ik niet. Blijkbaar kan ik me heel goed zelf vermaken. Ik vind altijd wel wat te doen, te maken of te lezen.
Natuurlijk mis ik de gezelligheid van mijn collega’s en de lol, die ik heb bij het lesgeven aan kinderen. Het is dan ook heel fijn, dat ik nu één keer per week op school ben om met groepjes kinderen te werken aan klokkijken, een van de struikelblokken in groep 5. En een tweede keer ben ik er om andere dingen te doen, als vergaderen of coachen.

Ik ben er achter gekomen, dat ik zelf in het begin van het schooljaar veel te hard van stapel liep. Ik zou wel snel beter zijn, ik zou wel snel weer aan het werk gaan. Die controle loslaten en het herstel zijn eigen gang laten gaan, was mijn grootste leerpunt. En omdat ik zelf zo graag wilde, gingen anderen daarin mee. Dus kreeg ik meer vragen om te werken, zoals wat kun jij wel doen van de taken op school en ik moest echt leren om naar mijn lijf te luisteren: “Ik kan het gewoon even niet, punt.” Nee zeggen en dat aan mezelf toegeven ging gepaard met huilbuien en boze buien… dat ik dit nu toe kan geven, vertelt me, dat ik al stappen heb gemaakt. En geeft me veel lucht.

Vandaag in gesprek met mijn leidinggevende kon ik zeggen, dat ik denk dat ik na de kerstvakantie pas weer volledig aan het werk kan gaan en dat ik de komende weken ga zorgen, dat ik op de eerste plaats beter bewegen kan en op de tweede plaats steeds langer op school kan en wil zijn. Zorgen voor uithoudingsvermogen, controle over mijn spieren en spierkracht, dat zijn mijn huidige doelen. En dus niet meer zoals in het begin mezelf maar pushen, maar tijd nemen om gezond bewegend te worden.

Pfff, 15 weken bezig met herstellen en revalideren, dat is dus op dit moment 3 maanden en 2 weken. Bizar, dat het zo lang duren moet… Afbeeldingsresultaat voor pink ribbonen toch prijs ik mezelf gelukkig, want mijn verzuim en herstel zijn van korte duur als ik het vergelijk met andere mensen om me heen. Lieve M en P, strijden tegen die nare ziekte is vele malen erger dan dit. Jullie bezoekjes hebben me toch wel doordrongen van het feit, dat als je ziek bent en je het niet ziet aan de buitenkant, dat je dan moet vechten voor begrip, zeker als het langer duurt.

Alles is betrekkelijk, ook voor mij.

Make today amazing!!!

Uitdagingen met #maaréénarm

Vandaag is het 5 weken geleden dat ik in Noorwegen een schuiver maakte en op mijn rug belandde… dat ik in het ziekenhuis terechtkwam en geconstateerd werd, dat de kop van mijn bovenarm gebroken was.
Voor dit verhaal lees je ‘
Mijn avontuur’.

Waar ik na mijn verhaal de meeste vragen over kreeg, was over het blijven kamperen. Op een matje lukte dat inderdaad niet, want de eerste dagen wilde ik niet voorover of achterover buigen. Slapen deed ik dus in de kampeerstoel met een yogamatje erin als extra warmtelaag. Niet alleen mijn arm deed zeer, maar ook alle andere spieren, die door het vallen ook een dreun hadden gekregen. Maar wakker worden met dit uitzicht… zeg nou zelf, dat is toch heerlijk.
Overdag konden we genieten van het uitzicht over het fjord, van het mooie weer. Het was lastig, maar het was het ook zeker waard om niet direct naar huis te vluchten.

Voor Ruud was dit het zicht van de andere kant, lol. Extra dekentje, extra kussentje en mijn e-reader: belangrijke dingen.

En natuurlijk had ik van het ziekenhuis wel pijnstillers meegekregen. De eerste week sliep ik met Nobligan (een soort pillen met morfine) bovenop de 4 paracetamollen, die ik per dag mocht slikken. Een beetje suf voelde ik me wel af en toe. Maar toen we thuis waren, probeerde ik al gauw al die pillen te verminderen: alleen innemen als het nodig was of werd.

In de afgelopen 3 weken, sinds we thuis zijn, ben ik vooral bezig geweest met alle uitdagingen, die ik tegenkom als één-armige. Dat doe ik op mijn eigen manier:

Zo heb ik bijna elke dag drie dingen opgeschreven, waar ik blij of dankbaar voor ben, bijvoorbeeld dingen die gelukt zijn of weer beter gaan. Zo staan er in het schrift dit soort dingen:
– Dankbaar dat ik vandaag alleen kon douchen. (6 augustus)
– Blij dat ik vandaag overdag geen paracetamol meer nodig had. (8 augustus)
– Dankbaar en blij met mijn nieuwe collega, die al meteen meedenkt en de eerste 2 schoolweken al wil gaan werken. Hoe tof is dat? (9 augustus)
– Dankbaar dat ik me al iets meer neerleg bij het feit dat ik niks kan en mag… maar ook steeds kan bedenken wat ik wel kan doen. (14 augustus)
– Blij dat er AH.nl bestaat en dat de boodschappen thuis gebracht worden. (20 augustus)
– Veel plezier met mijn zoon over de hoeveelheid bananen, die zijn bezorgd (foutje in de site) Dat worden dus bananenbroden bakken samen met hem. (21 augustus)
– Zo blij, dat ik mijn arm vandaag mijn arm weer kon strekken. Dankbaar voor het zelfvertrouwen dat de fysiotherapeut me elke keer weer geeft, over hoe goed ik vooruit ga. (28 augustus)
… en zo staan er nog veel meer dingen in, ook veel persoonlijkere opmerkingen.

Natuurlijk baal ik ook regelmatig, want op sommige dagen valt het gewoon niet mee. Een goed voorbeeld was de startdag van het nieuwe schooljaar, vorige week maandag. Dan wensen collega’s elkaar een goede eerste werkdag, iedereen moest weer werken en naar school en ik… ik zat thuis met spierpijn en een ongelooflijk geïrriteerd en boos gevoel.

En op sommige dagen doe ik gewoon te veel en dan moet ik het de dag erna bezuren. Niet slim, maar zo leer ik wel mijn grenzen goed kennen. Het beste is voor mij de dag op te delen in uurtjes en na elk uur weer even mijn schouders te ontspannen, mijn arm te strekken en te pendelen. En geduld hebben, heeeel veeeel geduld! Pfffff….. dat past zo goed bij mij (not). En helaas… werken zit er gewoon nog niet in. ik ben niet zelfstandig genoeg en kan nog niet langere tijd staan. En daarbij komt, dat bij en breuk als deze je geen gips hebt, alleen een sling, die je regelmatig af moet doen. Dus niet zichtbaar voor anderen.

Maar goed, waar ik blij mee ben:
– dat yoga, mindfulness en mediteren me helpen niet te veel gaan kniezen, maar me helpen bij de dag te blijven. En bijkomend effect van rechtop zitten en goed kunnen ontspannen is, dat ik tot nu toe bijna geen last van mijn rug of nek heb gehad.
– dat ik bij het ziekenhuis in Nederland doorgedramd heb over de verwijzing naar de fysio, want daardoor ben ik nu toch meer aan het bewegen en durf ik ook meer, omdat ik weet wat wel en niet kan. Had ik dat niet gedaan,

Wat mis ik vooral:
– me ongegeneerd uitrekken!
– mijn haar in een staartje doen!
– op mijn zij of op mijn buik slapen.

Maar ik heb een doel:

 

Op 1 januari met mijn armen wijd staan en weer gaan starten met yoga.

Zoals hiernaast, genomen op 25 juli.

Dat is over 4 maanden!