Ik-rapport

Een interessant rapport, het overwegen waard om mijn schoolkinderen te laten inkleuren. Als ik weer aan het werk ga, kan ik veel over hen te weten komen. Zeker als ik daarna met hen erover in gesprek ga… Een mooi idee voor na de kerstvakantie.

Bewerkt op 31 januari: Ik hen inderdaad de leerlingen in mijn klas dit ik-rapport laten inkleuren. Wat een geweldig leuke manier om kinderen over zichzelf te laten nadenken. Na het inkleuren heb ik ze het laten uitleggen aan een andere leerling en binnenkort ga ik in gesprek per kind over hun eigen rapport. Het past goed bij de ontwikkeling van onze school op weg naar meer ouderbetrokkenheid.

Gevonden via Semko. Voor het blad deze link.  Het is natuurlijk een momentopname.

15 weken #maaréénarm

Poster in formaat B1 (weer wat geleerd) Alleen de tekst wil ik nog aanpassen…

Wat gaat de tijd langzaam en tegelijkertijd ook heel snel. De herfstvakantie is al voorbij; de wintertijd is ingegaan; mijn middelste zoon komt over drie en een halve week alweer thuis van zijn avontuurlijke 4 maanden in Noorwegen; ik heb 1 héél dik fotoboek afgemaakt en ben bezig met nog eentje; ik heb mijn poster bijna af; ik ben een vest aan het haken, waar ik vorig jaar mee gestart was; ik lees een paar boeken tegelijkertijd en kijk televisie; ik volg series, die ik nog nooit eerder heb gevolgd. En o ja, ik ga naar de fysiotherapeute en naar mijn werk en ik oefen me helemaal gek met elke dag schouder-, arm- en elleboogoefeningen. En sinds vorige week sta ik ook een paar minuten op de crosstrainer, ook een hele overwinning.

Natuurlijk wordt me dagelijks gevraagd, hoe het met me gaat. Het gaat steeds beter met mij, persoonlijk en met mijn bovenarm. Ik heb me ook voorgenomen, alleen maar steeds te zeggen, dat het beter gaat. En pas als iemand verder vraagt meer te vertellen. Zo positief mogelijk. Ik kan elke dag weer iets meer en kan elke dag weer een beetje verder bewegen. Ik merk dat ik de laatste 2 weken écht vooruit ga en dat ik me beter ga voelen. Wat me echt heeft geholpen, is de aanschaf van dit ding: een Afbeeldingsresultaat voor blauwe jblmuziekbox: Dat ik van muziek houdt, dat wist ik wel, maar als je de hele dag naar de radio luistert, word je stapelgek van alle reclame, nieuws en verkeersmeldingen. En met dit ding draai ik ook via Spotify leuke muziek. Ook luister ik graag naar de songs, die ik op mijn telefoon heb staan en wil ik erop ‘dansen’, zodat ik nog meer in beweging kom. Dansen is een groot woord, want op en neer springen doe ik echt nog niet… :).
Maar je snapt me vast wel.

Maar goed, ik ben in beweging… ik wil zo graag weer de oude Nienke worden en met mijn armen wijd in de lucht laten zien, dat ik vrij ben. Vrij van pijn, vrij van die belemmering in mijn spieren, vrij van de angst om onverwachte bewegingen te maken, vrij om te gaan en te staan waar ik wil (en niet te moeten afwachten totdat iemand mij ophaalt, wegbrengt of tot de taxi komt). Onafhankelijk zijn, dat wil ik weer!
Graag weer gewoon slapen op mijn zij, zonder kussens aan alle kanten ter ondersteuning. Me ’s nachts omdraaien, zonder dat ik wakker wordt. En ik ben op de goede weg, want ik ga nu nog meer 3 keer per week ’s nachts uit bed in plaats van elke nacht.

“Word ik gek van het thuis zitten?” Dat vragen mensen mij ook. En dan verbaas ik mezelf, want nee, gek word ik niet. Blijkbaar kan ik me heel goed zelf vermaken. Ik vind altijd wel wat te doen, te maken of te lezen.
Natuurlijk mis ik de gezelligheid van mijn collega’s en de lol, die ik heb bij het lesgeven aan kinderen. Het is dan ook heel fijn, dat ik nu één keer per week op school ben om met groepjes kinderen te werken aan klokkijken, een van de struikelblokken in groep 5. En een tweede keer ben ik er om andere dingen te doen, als vergaderen of coachen.

Ik ben er achter gekomen, dat ik zelf in het begin van het schooljaar veel te hard van stapel liep. Ik zou wel snel beter zijn, ik zou wel snel weer aan het werk gaan. Die controle loslaten en het herstel zijn eigen gang laten gaan, was mijn grootste leerpunt. En omdat ik zelf zo graag wilde, gingen anderen daarin mee. Dus kreeg ik meer vragen om te werken, zoals wat kun jij wel doen van de taken op school en ik moest echt leren om naar mijn lijf te luisteren: “Ik kan het gewoon even niet, punt.” Nee zeggen en dat aan mezelf toegeven ging gepaard met huilbuien en boze buien… dat ik dit nu toe kan geven, vertelt me, dat ik al stappen heb gemaakt. En geeft me veel lucht.

Vandaag in gesprek met mijn leidinggevende kon ik zeggen, dat ik denk dat ik na de kerstvakantie pas weer volledig aan het werk kan gaan en dat ik de komende weken ga zorgen, dat ik op de eerste plaats beter bewegen kan en op de tweede plaats steeds langer op school kan en wil zijn. Zorgen voor uithoudingsvermogen, controle over mijn spieren en spierkracht, dat zijn mijn huidige doelen. En dus niet meer zoals in het begin mezelf maar pushen, maar tijd nemen om gezond bewegend te worden.

Pfff, 15 weken bezig met herstellen en revalideren, dat is dus op dit moment 3 maanden en 2 weken. Bizar, dat het zo lang duren moet… Afbeeldingsresultaat voor pink ribbonen toch prijs ik mezelf gelukkig, want mijn verzuim en herstel zijn van korte duur als ik het vergelijk met andere mensen om me heen. Lieve M en P, strijden tegen die nare ziekte is vele malen erger dan dit. Jullie bezoekjes hebben me toch wel doordrongen van het feit, dat als je ziek bent en je het niet ziet aan de buitenkant, dat je dan moet vechten voor begrip, zeker als het langer duurt.

Alles is betrekkelijk, ook voor mij.

Make today amazing!!!

De bedrijfsarts

‘Herrewijnen!’
Aan de overkant van de in blokken, zeer gekleurde hal staat een klein vrouwtje. Ze kijkt naar de ontvangsthal en herhaalt: ‘Herrewijnen.’
Dat ben ik en ik zit meteen met een dilemma. Ik heb een tasje met mijn papieren en portemonnee en een kop thee, die ik beiden mee wil nemen… maar hoe? Ik vraag of ze mij kan helpen, mijn tas kan aanpakken, maar ze verzet geen stap. Ik loop naar haar toe en overhandig zonder scrupules mijn tas aan haar en loop terug voor het kopje thee.
Dan loop ik achter haar aan naar een kamertje. Daar rondkijkend zie ik niks persoonlijks, een wit bureau, twee stoelen aan mijn kant en een door de ARBO goedgekeurde stoel. Verder een kale ruimte. Ze zet mijn tas op het bureau.
We nemen plaats, zonder ons aan elkaar voor te stellen. Ik weet haar naam, doordat ze op mijn brief van ‘Zorg van de zaak’ met name genoemd is en mijn naam weet ze doordat ze die in haar computer leest. Zo ver de kennismaking en de bijpassende beleefdheidsvormen.

Ze begint het gesprek en vraagt wat er met er met mij aan de hand is. Ik vertel, dat ik op 25 juli tijdens de vakantie ben gevallen en daarbij mijn schouder heb gebroken. Ze typt mijn antwoord gehoorzaam in haar computer en kijkt mij daarbij zo goed als niet aan.
– ‘Wat hebt u er tot nu toe aan gedaan?’
Uhm… Wat verwacht ze nu voor antwoord?
– ‘Gewacht tot het aan elkaar groeit.’
– ‘Ja maar, is het geopereerd? Heeft u al dokters gezien?’
– ‘Nou ja, ik heb de dokters in het ziekenhuis gezien, die steeds de röntgenfoto’s hebben bekeken en hebben verteld, hoe het langzaam maar zeker aan elkaar groeit. En ik ben al vrij snel gestart met fysiotherapie.’
Ik voel dat ik mijn best doe, om te weten te komen, wat ze nou eigenlijk wil horen.
– ‘Ja maar, het is niet geopereerd?’
– ‘Oh. Nee, dat niet.’
Ze typt: ‘Niet geopereerd, conservatieve manier.’
Ha, ik heb het goede antwoord gegeven.

Ze informeert naar mijn werk. Ik vertel dat ik voor de klas sta.
– ‘Heeft u kleine kinderen?’ vraagt ze.
Huh? Kleine kinderen? ‘Ik heb groep 5, als u dat bedoelt.’
– ‘Dus u hoeft ze niet te tillen?’
– ‘Nee, de kinderen in mijn groep zijn 7 of 8 jaar en worden dit jaar 8 of 9.’
Ze typt hardop pratend: ‘Dus niet tillen.’
– ‘Heeft u een onderwijsassistente?’
Huh?
– ‘Nee.’
– ‘U kunt weer wat meer gaan werken, als u een onderwijsassistente in de klas erbij heeft. Heeft iemand anders op uw werk een onderwijsassistente, die bij u in de klas het werk kan doen?’
Wat?!?! Een onderwijsassistent, die het werk kan doen. Hoe ziet ze dit dan voor zich? Daarbij… ik heb nog nooit een onderwijsassistente in de klas gehad. Daar is toch helemaal geen geld voor. Allerlei argumenten en redeneringen ratelen door mijn hoofd. Stop.
– ‘Nee, wij hebben op school geen onderwijsassistentes.’

Ze pakt er een kalender bij:
– ‘U bent nu 6 weken verder?’
– ‘Nou,’ zeg ik, ‘wel íets meer dan 6 weken.’
Ik denk ondertussen na over haar telvermogen. Ik voel me recalcitrant worden.
– ‘Oh, ja, iets meer… als ik even kijk naar de herstelperiode, die bij breuken hoort, dan staat daar 6 tot 8 weken voor.’
– ‘Ja, dat klopt,’ zeg ik, ‘bij gewone breuken.’
Ik pak de röntgenfoto erbij die gemaakt is in Noorwegen. Ik leg uit wat er te zien is.
– ‘Ik had twee breuken, de kop was eraf en die breuk is nu bijna onzichtbaar geworden, de tweede breuk is lastiger, omdat die niet helemaal aansluit. Dus dat duurt langer. Ik mag nog niet tillen of het belasten. Daar mag ik volgende week voorzichtig mee beginnen.’
– ‘Oh, de breuk zit bovenin de arm, bij uw schouder. Dat zijn inderdaad vervelende breuken. En het is zeker ook gezet.’
Ik doe nog een poging: ‘Ja, dat hebben ze ook gedaan. Maar wat het vooral lastig maakt, is dat alle spieren van mijn schouder tot aan mijn pols last hebben van het te weinig bewegen. Vandaar dat ik met fysio ben gestart om zo goed en snel mogelijk mobiel te worden.’
– ‘Maar u belast het nog niet?’
Ik schud nee… dat zei ik toch net al?
– ‘En hoe is het met de pijn?’
Ik vertel, dat ik elke dag nog pijn heb bij het bewegen, ook napijn na het bewegen en de fysio en dat ik slecht slaap hierdoor.
– ‘U ervaart pijn bij het bewegen en als u niks doet?’
– ‘Dan ook.’
Ze vraagt naar medicatie en ook dat wordt in het scherm getypt.
Ik wacht. Ik observeer mezelf. Fijn dat ik wel naar mij kijk.

Ze doet me voor hoe ik moet gaan zitten, ze laat zien, waar haar ellebogen haar stoel raken en hoe ze haar schouders houdt. ‘U kunt wel administratieve taken op u gaan nemen. Daarvoor heeft u op uw werk een plek nodig waarbij het bureau moet worden ingesteld op de hoogte, die voor u het beste is. En als dat niet kan, dan moet de stoel, waarop u zit, aangepast worden.’ Ze draait haar stoel om en laat haar schouders zien.
– ‘U moet natuurlijk uw schouders ontspannen, dus als u werkt moeten ze niet te laag zijn, maar ook niet te hoog. Anders gaat uw schouder vastzitten.’
Ik krijg een duidelijk beeld voor geschetst, hoe er voor mij een stoel en een bureau geregeld moeten worden, die verstelbaar zijn. Ik zie de reacties op mijn werk voor me.

Ze luistert als ik vertel, dat ik tot nu toe elke week één keer op school aan het werk was en één keer thuis en dat ik deze week voor het eerst heb voorgelezen in mijn klas.
– ‘Mooi, dus u neemt alweer lessen op zich.’
– ‘Nee, zeg ik, dit was de eerste keer dat ik in mijn klas een activiteit heb gedaan, omdat ik dat eerder nog niet kon. Voor lesgeven ben ik nog niet zelfstandig genoeg.’
– ‘Wat bedoelt u met zelfstandig?’
– ‘Dat ik veters kan strikken, bekers kan openmaken, bij kinderen uitleg kan geven, kortom zelfstandig zonder pijn voor de klas kan staan.’
Ik vertel ook, dat ik na een studiedag, die ik leidde als leescoördinator 3 dagen stijf en stram was en veel pijn ervaarde. Dat als ik les geef of kinderen begeleid te weinig goede bewegingen maak en mijn soepele herstel juist tegenhoudt. Dat mijn fysiotherapeut juist vertelt, dat ik moet voorkomen om niet te veel in dezelfde houding te blijven zitten, maar juist heel bewust moet letten op hoe ik beweeg.
– ‘Ik wil graag contact opnemen met uw behandelende arts. Dan kan ik van hem horen hoe ver u bent en meer inzage krijgen.’
– ‘Met wie wilt u contact opnemen?’
– ‘Met uw behandelende arts.’
– ‘Wilt u de gegevens van mijn fysiotherapeut? Die weet hoe ver ik ben en wat ik al kan.’
– ‘Nee, die heb ik niet nodig. Bij wie bent u in het ziekenhuis geweest?’
Ik laat de afspraakkaarten van het ziekenhuis zien. Daar staat geen naam op, alleen “traumapoli assistent”. Ik vertel, dat ik nu drie keer in het ziekenhuis ben geweest en steeds een andere arts heb gezien.
– ‘Dus u weet geen naam?’
– ‘Nee.’
– ‘Heeft uw huisarts uw gegevens?’
– ‘Dat weet ik niet, ik neem aan, dat het ziekenhuis de verslagen heeft doorgestuurd. Maar dat weet ik niet zeker. Ik ben alleen naar de huisarts geweest om een verwijsbrief te krijgen.’
– ‘Ha. Hoe heet uw huisarts?’
O jee, hoe heet ze ook al weer? Iets met Tjon Tsien of zo. En de nieuwe huisarts ken ik nog niet, omdat ik eigenlijk nooit naar de dokter ga. De oude dokter is met pensioen gegaan. Ik kom er niet op, dus ik zeg: ‘Ik ben in augustus bij een arts in opleiding langs gegaan, omdat ik anders 3 dagen moest wachten op een afspraak en ik wilde…’
– ‘Hoe heette die arts?’
Oeps, dat weet ik ook niet. Tja, arts in opleiding, die ik alleen maar nodig had voor het briefje.
– ‘De praktijk heet de Waterring.’
Ze schrijft het op het formulier en wil de andere gegevens ook hebben voor haar administratie. Ik zeg dat het in Wateringen is. Ze streept het eerste zinnetje door. Praktijk Wateringen.
– ‘Nee, zeg ik. Het is praktijk dé Waterring in Wateringen’.
Het kost wat moeite, maar het staat er na wat gekras toch goed op. Zo trouwens ook het adres, want ik vergis me in de straatnaam. Best lastig, de fysiotherapeut zit op de Julialaan en de huisarts op de Julianastraat. Ook dat wordt krassen.
Ze typt het adres in haar scherm en zoekt de praktijk op op google.
– ‘Dus u bent bij dokter van Dalen geweest?’
Ik heb werkelijk geen idee, maar het zal wel, als zij die naam op het scherm ziet staan.
– ‘Ik wil een brief sturen voor meer informatie. Dus met wie moet ik contact opnemen?’
– … (ik zeg niks)
– ‘Ik neem wel contact op met dokter Tjon-A-Tsien … of met van Ham, die staat ook op de site?
Wie? Het zal wel, ik knik alleen maar. Ik onderteken het formulier, nadat ik het heb nagekeken. Ik ben er wel een beetje klaar mee. Ik krijg steeds meer het idee, dat wat ik vertel, niet zo veel indruk maakt; dat ze korte antwoorden wil intypen en dat wat ik zeg niet zo interessant is.
Ik haak af…

Ze vraagt: ‘Kunt u uw werk zittend doen? Afbeeldingsresultaten voor voor de klas staanWant staan voor de klas gaat nog niet, zegt u.’
Ik kijk haar (denk ik) verward aan. Huh?
Ze legt uit: ‘U zegt net, dat u nog niet voor de klas kunt staan, maar dan kunt u toch wel zitten?’
Neeeeee… ze kent de uitdrukking ‘voor de klas staan’ niet.
Maar goed, ik neem haar vraag serieus en zeg: ‘Nee, in een klas met 28 kinderen kun je niet zittend je werk doen. De kinderen hebben ook regelmatig persoonlijke aandacht nodig, dus dan moet je ook door de klas lopen. En in de klas zijn, dat gaat niet, omdat ik mijn arm nog niet opzij kan bewegen en niets kan tillen. En ik ben bang voor onverwachte bewegingen en stoten of dat kinderen aan mijn arm gaan hangen.’
Dat ik wel graag wil werken, dat ik niet graag thuis ben, dat ik het contact mis… ik vertel het niet. Eventuele emoties over mijn onmacht waaien vanzelf weg, ze worden toch niet gehoord, gezien of gevoeld. Er wordt getypt.

Ze kijkt op haar scherm. ‘U wordt wel vervangen, zie ik. Dus u kunt achter in de klas wel bijvoorbeeld administratieve taken op u nemen.’
– ‘Nou,’ zeg ik, ‘ik heb afgesproken om met ingang van volgende week met groepjes kinderen het klokkijken op me te nemen. Dat doe ik dan 2 tot 3 uur, 1x per week.’
Ik vertel, dat ik de afgelopen weken al andere taken op me heb genomen als leescoördinator, coach en als lid van het MT. Dat ik dat één keer per week deed en dan thuis andere dingen op de computer. Dat ik alles in overleg met mijn directeur doe.
Ze typt: ‘Doet al meer taken op school.’
– ‘U zult nog wel langer pijn en stijfheid ervaren. Waarschijnlijk nog wel zo’n drie maanden. Ik adviseer je 3 keer 4 uur per week te gaan werken en dan aangepaste arbeid. Zoiets als administratieve werkzaamheden op een aangepast werkplek. Iets met de kinderen doen, zoals je zei.’
Ik ga er nu toch echt even tegen in. Hallo, heb je wel naar mij geluisterd?
– ‘Dus u adviseert mij 4 uur, terwijl ik net heb verteld, dat ik niet langer dan 3 uur kan werken, omdat dan alles zeer gaat doen. Dan is het toch raar, dat u mij 3 keer 4 uur adviseert?’
Nu kijkt ze me aan: ‘Het is mijn advies om dit te gaan doen. Natuurlijk mag je ook meer gaan werken. Maar het is een advies. Je gaat met jouw werkgever verder in gesprek over de invulling van jouw taken en de hoeveelheid tijd, die je dat gaat doen.’

Ze zegt: ‘Over 6 weken wil ik je weer zien. Dan kun je me vertellen, hoe het dan met je gaat en welke vorderingen je hebt gemaakt.

Goh, echt waar? Kan ik dat? En luistert ze dan?

We staan op. We geven elkaar een hand.

Nu wel.

Registratieplicht

Het houdt mij bezig, al een tijd: Wel of geen lerarenregister?
Hieronder een krantenartikel van Trouw: Veel leraren willen geen lerarenregister.

In dit onderstaande artikel analyseren ze waarom. Ik neem me in ieder geval voor om me er in te gaan verdiepen. Sowieso wel handig, want het wordt verplicht, of ik dat nou wel of niet wil. Of gaan er werkelijk nog genoeg stemmen op, om dit tegen te gaan houden?

Leraren willen geen registratieplicht

 

Onmacht… en verder

Wat een afschuwelijk gevoel: onmacht. Afbeeldingsresultaat voor controle hebbenDat is nu toch even het enige woord dat al de hele week door mijn hoofd galmt en vanaf gister helemaal. Ik heb gehoord, dat de breuken in mijn arm goed helen en dat het er goed uit ziet, maar… nog niet helemaal!  Over 6 weken terug komen voor de volgende foto, om te bekijken of alles dan wel goed aan elkaar zit. Wel verder gaan met bewegen, maar nog steeds voorzichtig en zeker nog geduld hebben. Nog zeker 6 weken, dat ik niet zelfstandig ben en nog te weinig mag. Pas dan bekijken of ik weer alles mag en kan. Daarom even klagen en dan … weer verder! (en als je de klachten wilt overslaan, ga direct door naar de roze zinnen 🙂)

Ik weet heus wel dat ik alles onder controle wil hebben, dat ik zelf invloed wil hebben, over wanneer ik weer kan gaan doen en laten wat ik wil. Ik wil het zelf doen, ik wil…, ik wil…, ik wil. En daarbij ben ik ook nog een perfectionist, het moet gewoon helemaal kloppen. Maar met deze breuk duurt het steeds langer dan ik verwacht en ben ik dus niet in control. Al 10 weken onmacht…

Op sommige dagen heb ik zoveel steken en pijn, dat het invloed heeft op mijn bewegingen en vooral op mijn nachtrust. Dan ben ik ’s nachts wakker en moet echt overeind gaan zitten. Meestal met als resultaat dat ik beneden op de bank ga zitten met een kop thee en een banaan, een spelletje doe op mijn telefoon en met een ice pack de pijn bestrijd. Zodat ik na een uur of anderhalf weer echt moe ben en weer kan gaan slapen.

Ik ben eigenlijk helemaal niet voor medicijnen, dus paracetamol en ibuprofen gebruikte ik zo goed als nooit, tot nu toe dus. Want ik red het niet zonder en ook dat vind ik heel naar. Ik wil de pijn onder controle hebben, maar langzaam leg ik me erbij neer: dat kan af en toe niet anders dan met paracetamol en heel soms met ibuprofen.

Vorige week maandag was ik op mijn werk en daar moest ik dus duidelijk maken, dat het echt nog niet gaat, dat ik nog niet voor de klas kan staan, omdat ik elk uur goede bewegingen moet maken en moet letten op mijn houding. Dat kost voor mezelf zo veel energie en concentratie, dat 28 (nieuwe) kinderen lesgeven nog niet gaat. Ik vind het vreselijk, want ik wil niets liever dan voor de klas.  Dat doe ik al 25 jaar heel graag…

Ik ben mijn grenzen al een paar keer keihard tegengekomen. Tijdens de studiedag, toen ik het team begeleidde bij ‘Begrijpend lezen’. Na deze middag van 3 uurtjes kwam ik thuis, viel meteen in slaap op de bank en was de 3 dagen erna volledig uitgeteld. Alles stijf en alles pijnlijk… veel te lang dezelfde houding aangehouden en te weinig bewegingen en/of oefeningen gedaan. Zo ook na een feestje van een vriend, waar ik zo graag wilde blijven. Maar ook daar was het toch al snel op en had ik ook daarna 3 dagen last van vanalles. En helaas ook na mijn feestje van vorige week…

Onmacht ook thuis, want het huishouden loopt natuurlijk ook niet helemaal zoals ik wel zou willen. In mijn mannenhuishouden blijft het lastig om zonder vragen een schone badkamer, gevouwen was of een gestofzuigd huis voor elkaar te krijgen. Ik ben blij met mijn mannen, ze doen heel veel, maar ik heb er zelf last van, dat ik meer wil (en vooral zelf wil doen natuurlijk).

Maar goed, ik moest dit even kwijt, teleurstellingen zijn niet makkelijk. Ik schrijf het graag van me af. Dus ik moet nu toch verder en #hoedan:

  • Elke dag verdeel ik in ‘uurtjes’: een uur lezen, een uur een spelletje, een uur fotoboek maken, een uur kleuren en bijvoorbeeld een uur slapen. En na elk uurtje doe ik weer mijn arm-, schouder-, elleboog- en polsbewegingen, zodat ik over 6 weken ook weer verder op weg ben met mijn herstel.
  • Verder aan mijn gigantisch grote kleurplaat met bloemen en vlinders. Ik heb er dus nog zeeën van tijd voor om hem helemaal te mogen kleuren…
  • Ik kan nu verder fotoboeken gaan maken voor mijn jongens…
  • Dan ga ik nu toch maar beginnen in het boek ‘Ik ben pelgrim’; het ligt al een half jaar in de kamer…
  • Ik kan verder gaan aan de laatste stukjes van iets wat ik aan het haken was in de vorige winter…
  • Ik bekijk elke week wat ik wel kan doen op school, want gelukkig heb ik meer taken, die wel uitvoerbaar zijn.
  • Schrijf ik elke dag in mijn schrift weer op, waar ik dankbaar voor ben en wat me nu wel weer lukt. Ik heb genoeg om dankbaar voor te zijn…
  • … en houd ik vooral in gedachten, dat dit herstel toch makkelijker is, dan het overwinnen van de ziekte, die een paar van mijn vriendinnen bezig houden. Dan is dit niets in verhouding tot jarenlang medicijnen en bestralingen.

Dit plaatje hieronder vond ik vorige week op Instagram. Ik had de boodschap net even nodig. Ook wat voor jou?

Click the link now to find the center in you with our amazing selections of items ranging from yoga apparel to meditation space decor!

 

1 2 3 4 5 24