Je doet ertoe! Vergeet dat niet!

Gericht aan iedereen in het onderwijs, ik ben er trots op! De originele tekst vind je hier: Peter Heerschop

Cabaretier, acteur, tv-programmamaker en schrijver Peter Heerschop was dagvoorzitter tijdens de Leraar van het Jaar-verkiezing, afgelopen zaterdag in de Convention Factory in Amsterdam. Heerschop – voormalig leraar lichamelijk opvoeding – kon het echter niet laten om in het bijzijn van de minister ook een eigen inhoudelijke bijdrage te leveren. In een vlammend betoog, rechtstreeks uit zijn hart, sprak hij zijn onvrede uit over het huidige beleid, het gebrek aan visie en de matige aandacht voor de mooie dingen die het onderwijs (‘op basis van liefde’) voortbrengt. Hier de complete tekst van zijn column, exclusief, waarin hij zich tot slot richt tot de leraar. ‘Je doet er toe! Vergeet dat niet!’

Doe ik er toe?

Een vraag die je jezelf als meester of juf af en toe stelt. Doe ik er eigenlijk wel toe? Ik dat wil ik nu in een kort betoog behandelen. Laat ik beginnen met de bedreiging van ‘Doe ik er toe’.

De eerste bedreiging ben jezelf. Als je zelf vindt dat je er niet toe doet, dan heb je al een groot probleem.
Dan kom je in de houding van ‘Maakt niet Uit’.
Dan geef je les op een manier, omdat je dat altijd al zo hebt gedaan.
Dan ben je klaar als de bel gaat.
Dan zit je in de pauze een beetje te staren naar de vissen in het aquarium van de lerarenkamer.
En als ze bij een vergadering vragen wie een bepaalde taak op zich wil nemen, dan kijk je net zo lang naar de tafel totdat iemand anders al heeft gezegd dat die het wel gaat doen. Bij een bepaalde lengte van stilte zijn het namelijk altijd dezelfde mensen die zich verantwoordelijk voelen.

Als jij je niet meer verantwoordelijk voelt voor het hele onderwijs in het algemeen, de school in het bijzonder en elke afzonderlijke leerling in het allerbijzonderst, dan kom je op een punt dat je er inderdaad niet toe doet.

Daarentegen, docenten die het meest bereid zijn om die verantwoordelijkheid wel te nemen, bv door na school mee te doen aan schoolmusical, extra sportlessen, mee te gaan op kamp, gaan kijken bij een ander, gesprekjes na schooltijd, die docenten werken veel meer uur, maar worden beslist minder moe. Van enthousiasme word je vrolijk. Dat merk je vandaag. Het is een vrije dag met leerlingen op pad. Het is aanstekelijk. Ook voor de klassen die er nu zijn.

Doe je er toe?

De volgende bedreiging komt van buiten. Namelijk de status van het vak. Die wordt op allerlei manieren aangetast.
Door de politiek. Voortdurend verschijnen er artikelen in de kranten, ook namens de minister van onderwijs, dat we ons zorgen moeten maken over het niveau van de scholen. En dan gaat het altijd alleen over het cognitieve niveau. Altijd over scholen met een achterstand. En het rekenen gaat achteruit, en de taal, en geschiedenis, ze kennen nog nauwelijks belangrijke jaartallen als 1578-1648. Hogescholen falen, het wetenschappelijk niveau in Nederland is dramatisch. Komt allemaal door de verloedering van het onderwijs. Dus moeten er steeds meer toetsen komen. En we moeten af van de zesjesmentaliteit.

We roepen dat leerlingen zelf gemotiveerder moeten zijn en dat lossen we op door meer te toetsen. In het voortgezet onderwijs gaat denk ik bijna 1/5 van de lestijd op aan toetsen.  In groep 3 van het basisonderwijs  is er al een CITO toets. In groep 7 een belangrijke pre-toets, in groep 8 wordt maanden geoefend voor de toets.

Hallo, het gaat om een toets die het bestaande niveau in de gaten houdt. Je moet er juist niet voor voorbereiden. Maar ja, er hangt enorm veel vanaf. Je wordt er als school ook enorm op afgerekend.

Als aanbeveling van een school gaat het ten eerste om de meetbare eindresultaten. Er staat bij een basisschool wel in de krant hoeveel % 545 of meer heeft gescoord. Er staat nooit bij met hoeveel inzet en energie en unieke plannen een aantal docenten lesgeeft.

Mijn vrouw geeft les, mijn vrienden geven les. Die werken zich te pletter en die lezen alleen over de zorg om het niveau.

Er wordt vanuit bestuurlijk niveau ook wel heel weinig gemeld over een ander niveau van lesgeven. Over docenten die een band aangaan met kinderen, die elke dag nieuwe voorbereidingen hebben. Daaruit voel je toch een beetje het oordeel van mensen die nooit echt lang zelf les hebben gegeven over juffen en meesters die elke dag de strijd aan gaan om met elkaar beter te worden; die nieuwe aanpakken bedenken; die verder denken dan alleen het cijfer voor de toets, maar die werkelijk talenten op langere termijn boven halen.

Je werkt je kapot en wilt af en toe daar ook wel iets positiefs op horen.

Dat kan.

Ik had Ali B in de klas.  Was een heel lastig mannetje. Kon bij de les ook bijna niet zijn kop houden. Mijn vrouw gaf Nederlands op dezelfde school. Wij hebben elkaar leren kennen in het toestellenhok van de gymzaal na schooltijd. Was een schande, maar goed, daar gaat het nu niet om.

Ali zei dat hij rapper was. Ik zei, dan wie. Dat begreep hij niet.

Maar ik vroeg mijn vrouw of zei hem bij Nederlands raps kon laten schrijven over gym en dan mocht hij die tijdens mijn les doen. Was een klapper. Hij was bij haar keihard aan het werk. Bij mij mocht ie eerst rappen en dan had hij erna ook wel zin een salto uit te ringen. Soms ging hij als een verslaggever freestylen. Op alles wat hij zag een rap.

De rector kwam eens de les binnen met een rondleiding van nieuwe ouders. Ali begon hem te bezingen. En de ouders. ‘Moet je kijken in die jo-jo-jurk’. Deze rector legt keihard uit aan de ouders dat hij heel trots op mij is als leraar. Hij zei, die jongen met die grote bek, was altijd een heel onzeker zwijgzaam jongetje met een hele moeilijke thuissituatie. Ik heb mijn docententeam gevraagd om een beetje zelfvertrouwen aan te leren. Nou jullie zien het.

Voortreffelijke rector.

Het gaat niet alleen om de meetbare prestatie. En ja, het zit me ook hoog. En het komt ook voort uit mijn frustratie dat hele goeie docenten daarmee enorm tekort wordt gedaan. En ja, het valt mij ook op dat docenten daarom ook gaan voelen dat het vak in de klas er niet zoveel toe doet.

Nee, je doet er pas toe als je in de schoolleiding komt of beter nog als je gaat werken bij een onderwijs begeleidingsdienst. Dan hoef je zelf eindelijk iet meer voor de klas te staan en dan kun je aan anderen uitleggen dat het het mooiste vak van de wereld is.

En elke politieke partij heeft in hun laatste verkiezingsprogramma staan dat ze meer aandacht willen voor de leraar. Maar wat staat er dan bij. Er wordt vooral geld uitgegeven aan extra cursussen en scholingen. Hartstikke mooi dat het er is. Maar ik lees nergens een achterliggende visie die recht doet aan iemand die les geeft. Er staat eigenlijk dat ze meer moeten leren. Er staat nergens dat het vak zo belangrijk is dat we de leraar moeten beschermen. Dat we laten merken hoe belangrijk ze zijn. Dat we vertrouwen hebben. Dat we ze ondersteunen door kleinere klassen en van bovenuit een veel positievere beeldvorming.

De VVD komt met hoger salaris voor wiskunde en natuurkunde. Mooie vakken, belangrijke vakken. Maar een goeie leraar is een goeie leraar en voor elk vak even belangrijk.

Waarom steeds hogere exameneisen voor de verplichte vakken Nederlands, Engels en Wiskunde? Sommige kinderen zijn niet zo goed in wiskunde, sommigen zijn niet zo goed in talen. Maar ze hebben wel talenten. Waarom sluiten we de weg af om die talenten uit te bouwen door steeds hogere barrières op te werpen van vakken die ze niet kunnen; die ze voor hun basis misschien, wel maar voor de totale ontplooiing van hun talent niet nodig hebben?

En begrijp me allemaal goed. Ik vind ook dat leerlingen veel moeten leren. Juist wel. En als ik ze als gymleraar zwemles geef, dan is ten eerste de bedoeling dat ze niet verdrinken. Maar ten tweede dat ze het ook leuk vinden en interessant en dat ze het zelf veel vaker willen en anderen er enthousiast over vertellen en anderen helpen en noem maar op.

Ook ik vind dat leerlingen op tijd moeten zijn, en petje af, en luisteren. Tuurlijk. Maar er is een waardevolle toevoeging. En dat is de manier van lesgeven.

Er is onderwijs op basis van het schoolwerkplan.
En onderwijs op basis van liefde.

En dat moet ook gezien worden en beloond op welke manier dan ook. En dat is ook de taak van het ministerie van onderwijs. Natuurlijk 1040 uur , of van mijn part 1250 uur. Maar daar horen ook de vele uren schoolkamp bij, dat is meer dan 8 uur per dag, dat is 20 uur per dag. Daar horen ook de extra activiteiten bij.

Mijn dochter  van 16 zit in de 5e klas. Ze komt op een dag thuis en begint enthousiast te vertellen over de Eerste Wereldoorlog. Ik wist er geen zak van. En dat ze zaterdag met de juf en twee andere klassen naar de loopgraven gingen, als het mocht. En dat ze een project deden en dan moesten ze een thema uitwerken en dat drie avonden op school presenteren. 1 voor de onderbouw, 1 voor de bovenbouw en 1 voor de ouders. En dat was me toch een enorme takkenklus voor de juf. Ik denk zeker 50 uur extra. Voor die leerlingen ook. Dat gebeurt ook in het onderwijs.

En dit is één juf, maar er zijn er honderden en in aanleg duizenden. Als we het maar zien en stimuleren en laten merken dat we het waarderen. En dan zien ouders het ook. Die lezen het ook. En die zijn trots.

En leerlingen merken het indirect ook, want die zien een juf of een meester die zich kapot werkt, maar daar ook van geniet. Omdat ze gesteund worden door iedereen om hun heen.

En ze stralen uit wat ze natuurlijk heel goed weten: ‘Wij doen er toe’. Wij staan voor de klas, wij staan in de klas, wij staan – hoe dan ook – achter de klas.

En wij merken van alle kanten dat we er toe doen.

En zo is het!!

Jullie doen er toe.

Het gebeurt in de klas en het werkt een leven lang door in verhalen.

Laat iedereen ze doorvertellen.

Je doet er toe!

Vergeet dat niet!

Peter Heerschop

Passend Onderwijs

Mijn vriendin Ingeborg stelde op Facebook een vraag: “Wat vinden jullie van Passend Onderwijs?” Zij publiceerde mijn antwoord ook op haar blog

In oktober 2012 stemde de Eerste Kamer met een ruime meerderheid in met de wet Passend Onderwijs. Kinderen die extra begeleiding nodig hebben kunnen voortaan vaker in het regulier onderwijs terecht.
Via Facebook reageerde mijn vriendin en collega Nienke  in een berichtje waarin ze haar bezorgdheid uit. Nienke werkt al 20 jaar in het onderwijs en sinds een paar jaar werkt ze ook als coach. Haar website vind je hier. Dit is wat ze schreef: “Ik ben niet echt positief. Duidelijkheid is er voorlopig nog niet bij alle partijen. Waar ik me vooral zorgen over maak is over het feit dat scholen straks de plicht hebben voor elk kind een passende oplossing te vinden. In de school of in de klas vind ik dat een logisch idee, want dat is onze verantwoordelijkheid als leerkrachten.

Maar als een kind niet kan aarden op school, blijven de leerkrachten ook verantwoordelijk voor de oplossing. En dan vind ik het te ver gaan. Waar blijft de verantwoordelijkheid van de ouders? Er is ook steeds minder geld voor RT en IB binnen de school, steeds minder tijd voor speciale gevallen. De know-how van deze mensen gericht op de speciale hulp verdwijnt en moet allemaal meer en meer binnen de klas geboden worden. Wie coördineert het dan?

Ik denk dan aan mijn huidige klas van 31 kinderen: één kind met suikerziekte, drie met (waarschijnlijk) dyslexie, twee met gedragsproblemen, vier kinderen die moeite hebben met stilzitten en luisteren en één met emotionele problemen (2 keer per dag huilend op z’n stoel) en dan nog de gewone leerproblemen. Dat is nu mijn huidige passende onderwijs… en dit is nu een normale basisschool.

Er wordt van mij verwacht dat ik de kinderen effectief onderwijs geef, zodat alle leerlingen na een half jaar op de cito-toetsen weer hoger scoren, dat ze -zeg maar- met de ideale lijn mee ontwikkelen. Dat wordt opbrengstgericht werken genoemd. Ik zie deze nieuwere vorm van passend onderwijs als een volgend traject in de bezuinigingsronde. Het geld lijkt er eerst wel te zijn in het samenwerkingsverband, maar ik ben bang/bezorgd, dat we op school er niet veel van zullen zien. Wel zullen we de taken erbij krijgen, die onder passend onderwijs vallen.

Kunnen wij als leerkrachten werkelijk duidelijkheid krijgen? Elk jaar komt er wel een   nieuw begrip, waar we mee aan de slag moeten gaan. Is dit weer een van de nieuwe plichten, die ik niet echt met het les geven te maken vind hebben?

Is het voor ouders echt duidelijker? Ik vraag me het af. Het hangt af van hoe het wordt omschreven en hoe het ‘wordt vormgegeven’. En dan is het ook nog van belang hoe elk bestuur ermee verder gaat, want ook dat verschilt per bestuur, per regio, soms zelfs per school.

En dan vind ik zo’n datum ook niet handig. Je ontwikkelt een plan, geeft dat vorm, maakt dan een plan van aanpak, zodat mensen ermee leren werken en bepaalt dan een datum. Invoeren van een nieuwe methode doen we ook op een bepaalde moment, maar pas als ermee gewerkt wordt, is het duidelijk wat de haken en ogen zijn en kun je pas na een bepaalde periode van iedereen verwachten, dat iedereen er goed mee werkt. En is het voor leerlingen duidelijker? Dat denk ik niet, die weten niet meer, dan hen verteld wordt.

Ik ben bezorgd! Ik vind het echt lastig dat ik steeds meer formulieren na schooltijd zit in te vullen, dan dat ik bezig ben met nakijkwerk. Ik ben bezig met zorglagen, groepsplannen, leerrendement, instructiemodellen en trendanalyses. Helpt dit werkelijk aan verbetering van het onderwijs?

Ben ik dan echt beter af dan 5 of 10 jaar geleden? Ik denk dat ouders en kinderen vooral iemand voor de klas willen zien, die ontspannen is en hun kinderen een goed gevoel geeft, want die factor wordt steeds vergeten bij al het praten over beter onderwijs. Dat gaat jammer genoeg vooral om geld.”

Nienke.
Maart 2013 geplaatst op eigen blog

Trots !!!

Beste Nienke,

Wij hebben je scripties gelezen en je bijlagen nagekeken: Je hebt wel heel veel werk van je scripties gemaakt! Het ziet er allemaal zeer overzichtelijk en verzorgd uit. Je hebt hierin ook een mooie persoonlijke groei beschreven. Velen mogen aan jouw scripties een voorbeeld nemen! Zo zien we ze graag! Beide scripties voldoen dan ook ruimschoots aan alle exameneisen.

 

Ook je bijlagen zijn goedgekeurd.

Met andere woorden: je bent geslaagd, gefeliciteerd!

Je diploma wordt zo spoedig mogelijk naar je verzonden.

Wij wensen je veel succes met je eventuele verdere studie.

Met vriendelijke groet

De ACC Examencommissie

 

Uitdaging en nieuw begin

Trots ben ik op wat ik dit jaar bereikt heb: Een scholing voor bouwcoördinator en een studie als ‘Coach in het onderwijs’. Met als ‘uitstapje’ een workshop ‘Hoofdopruimen’.

Het waren veel woensdagmiddagen met hard werken aan allerlei opdrachten, maar dat brengt me dichter bij al mijn persoonlijke doelen…

Het kleine kaartje kreeg ik bij de uitreiking van de cursus “Coach in het onderwijs’ oftewel ‘De interne coach’. Er staat:


 

Elke uitdaging is een nieuw begin en
elk nieuw begin is een uitdaging.

 

Een cadeautje voor jezelf

Dit artikel kreeg ik via mijn vader, die het in de Trouw had gevonden.

Heel goed om te lezen, dat een coach voor iedereen die dat nodig heeft een luisterend oor kan bieden. Nog bijzonder’der’ is het, dat juist de vrouw, die bij mij langskwam deze maand, mij precies op dezelfde manier bedankte. Ze schreef:

“Lieve Nienke,

dankjewel, dat je de tijd voor me hebt genomen om te luisteren. Ik heb de coachingsuren bij jou ervaren als een kadootje voor mijzelf. Ik ga nu echt stappen ondernemen om te worden, waar ik vroeger alleen maar van droomde.”

 

 

Trouw, 14 januari 2012

1 22 23 24