Ridders nodig…

De mannen van Draadstaal hadden voor een van hun sketches ridders nodig. Daar werden mij man Ruud en Arto, een van zijn vrienden, voor gevraagd. Dus op een woensdag heel vroeg reden we naar Amsterdam.

In een manege verzamelden alle crew-leden en de acteurs zich voor een kop koffie en een ontbijt. We mochten mee eten, de plannen voor de dag werden doorgenomen en daarna vertrok iedereen naar een dichtbij gelegen recreatieterrein. Een busje met camera’s, rails en allerlei technische attributen en een ander vracht-busje met allerlei verkleeddozen, kisten en rekken vol met kleding. In onze auto lagen de twee harnassen en omdat het regende, konden mijn twee ridders zich omkleden in die laatste bus. Ridders kunnen hun harnas niet zelf aankrijgen, daarom hadden ze in de middeleeuwen altijd pages en schildknechten om zich heen lopen. Dat was ik nu dus.

Nadat alle veters, riempjes en stukken ijzer vastzaten, liepen we naar de opnameplek tussen de bomen en struiken. Erg interessant om al die onderdelen te zien staan voor de opname. Een rails op de grond om de camera overeen te laten meedraaien, een (dode) boom was vastgezet aan een ander boom, zodat het bos meer gevuld leek. Er werden wat tests gedaan met shots voor een overzicht en daarna mochten mijn ridders met elkaar in gevecht gaan. Ze moesten vooral onherkenbaar blijven, wat vrij makkelijk is doordat ze in gevecht altijd de klep van hun helm dichtdoen. Meerdere keren werd er gefilmd, stop geroepen en nog een opname gemaakt. Ik moest wel lachen toen ze de eerste keer te zacht “STOP!” riepen en de vechtende ridders dit niet hoorden. Hehehe, iets met veel herrie en oren die onder helmen zitten.

Op een gegeven moment kwam er ook een hond het terrein opgerend. Die was ook nodig voor de scene en moest bijna poepen. Dus iedereen in volle verwachting kijkend naar een hond, die rondjes liep in het bos en zocht naar een plekje… en ja hoor, daar kwam het… de drol. Hahahaha! Hij werd gefilmd en de drol werd ook nog apart gefilmd met een close-up.

De opnameleider was tevreden, de shots van de vechtende ridders stonden erop en nu moesten die twee nog eenmaal vechten en dan naar links draaien, waar dan iemand zou gaan staan. Daar zou de scene achter geplakt worden met het gesprek. Vandaar dus het omdraaien en de klep van de helm openmaken. Maar eerst wilde Dennis van der Ven op de foto met de ridders, want dat had hij natuurlijk nog nooit gedaan…
Tijd voor de wisseltruc: mijn ridders moesten uit hun harnas geholpen worden en nu kregen de acteurs van draadstaal een deel van het harnas aan. Uit de verkleedbus kwamen een paar oude truien en daarna gingen stukken harnas daaroverheen aan. Ze piepten over het gewicht, over hoe strak het zat en hoe je daarin moest bewegen. Ik maakte de bovenarmstukken vast en maakte geintjes over de dunne armpjes, te dun voor het harnas. Ik was gewoon lekker vervelend, zoals ik eigenlijk altijd doe. Dus algauw liepen de twee Draadstaalridders over het zand, grappig gezicht, omdat ze alleen maar de bovenste helft aanhadden en dan niet eens het onderarmen, want die konden nergens aan vast geveterd worden.
De mannen vonden het erg gaaf om met de zwaarden te mogen rondzwaaien en na een paar oefeningen werd de rest opgenomen, met name het gesprek met de baas van de poepende hond, Jeroen van Koningsbrugge. Dit was eigenlijk best snel klaar en ik vond het vooral grappig dat hij aldoor met een paraplu moest rondlopen, anders werd de pruik nat. Wie was hier nou eigenlijk de homo?

Het resultaat van het geheel kunnen jullie hieronder zien. Het is uitgezonden op 3 december 2018 en voor die tijd moesten we gewoon afwachten wat het was geworden. Natuurlijk hadden we alle stukken tekst wel gehoord, dus we wisten wel wat het idee zou worden.
De hele crew en acteurs gingen al gauw na deze opnames door naar de volgende opnameplek voor nog meer Draadstaalsketches. Ik heb erg genoten om een keer een stukje van zo’n opnamedag mee te mogen maken.

Noorwegen, de toekomst

Wie had dat gedacht? Ik heb een zoon, Afbeeldingsresultaat voor vlag noorwegendie in Noorwegen wil gaan wonen… de zoon, die net als ik in het basisonderwijs wil gaan werken, heeft de liefde van zijn leven gevonden in Bergen.

Ik heb zelf altijd een grote voorliefde voor Noorwegen gehad. Al in 1993 gingen we voor het eerst op rondreis door de bergen, sneeuw, bergpassen en langs watervallen en gletsjers. Geweldig land met een geweldige natuur.
Omdat ik heel graag een keer de Noordkaap wilde zien, leerde ik in 2005-2006 Noors. In de zomer van 2006 waren we na 7 dagen doorrijden aangekomen op het meest Noordelijke puntje van dat langgerekte land. Daarna in 3 weken weer rustig terug. Een geweldige vakantie.
Twee jaar later waren we er weer om nu alleen een rondreis te maken in het onderste deel van Noorwegen om weer de gletsjers te bekijken en te kamperen op de mooiste plekjes.

Het meest grappige was toch wel, dat mijn middelste zoon écht niet meer naar Noorwegen wilde gaan. Het was saai en te ver weg en het brood was er vies. En omdat het reizen met 3 opgroeiende jongens toch wat lastiger was geworden, kwamen we er de afgelopen 10 jaar niet meer terug. Tot de afgelopen zomer, na twee hete zomers in Kroatië. Voor het eerst weer met z’n tweeën en helaas met een valpartij.

Maar mijn zoon wilde zijn minor van de PABO in Noorwegen gaan doen met als doel de natuur de onderzoeken in ‘Nature and glaciers’. Begin augustus vertrok hij en woonde bijna 4 maanden in Stord, een eiland onder Bergen. Naast de studie in het Engels deed hij allerlei spannende dingen als overleven in de natuur, kamperen in het wild, een gletsjer oversteken en hiken. En hij kwam terug met heel verhalen over alle avonturen… en verhalen over een meisje.

Nu, na een half jaar krijgen de plannen steeds vastere vormen. Hij gaat emigreren naar Noorwegen en gaat in Bergen wonen. Hij gaat eerst een jaar allerlei baantjes doen als gidsen in het Engels en daarnaast Noors leren, zodat hij daarna nog een master kan doen daar of al kan gaan werken in het onderwijs daar. Wie had dat gedacht? Ik zeker niet.

Ik wil best wel een keer mee gaan kijken op de school waar hij gaat werken. Ik ben toch wel heel nieuwsgierig naar het onderwijs daar en hoe zij dat invullen. Dus hopelijk kan ik dat in de toekomst gaan bekijken. Want dat ik regelmatig naar Noorwegen zal moeten gaan, is in ieder geval ook deel van mijn toekomst.

Mijn herstel samengevat

Eind juli brak ik tijdens mijn vakantie mijn bovenarm en schouder. Ik kreeg in het Noors advies om na 10 dagen te gaan pendelen en in Nederland nogmaals een foto te laten maken om te kijken of de breuken niet veranderd waren.
In de eerste 2 weken had ik heel veel pijn, dus maakte ik gebruik van de morfinepillen, paracetamol en heel soms de ibuprofen, die ik van het Noorse ziekenhuis mee had gekregen. Ook kreeg ik in Noorwegen de blauwe sling, die hier in Nederland veel verbazing opleverde. Het voordeel van deze sling was dat mijn arm kon hangen en dat die op zijn plek werd gehouden door de band om mijn middel heen. Ook een groot voordeel van deze sling was, dat je geen nekklachten krijgt door het gewicht!

Wat ik vooral heel lastig vond, was dat ik steeds te horen kreeg, dat het na 6 tot 8 weken wel geheeld zou zijn. De dokter, die me begin augustus in Nederland onderzocht, zei tegen me dat ik op de volgende afspraak in september al een heel eind op weg zou zijn…
Niet dus, wat een valse verwachtingen kreeg ik daarvan en wat was ik teleurgesteld! En hetzelfde idee gaf de bedrijfsarts, die me begin september belde, mij ook. Ik zou na 8 weken wel weer veel kunnen. Begin oktober zag ik het echt niet meer zitten, want wat was er mis met mij? Waarom duurde het dan veel langer? Wat deed ík fout?
Ik kreeg steeds meer behoefte aan praktische informatie. Hoe lang duurt het herstel? Hoe lang duurt het voor ik weer op mijn zij kan slapen? Hoe lang duurt het voordat ik weer pijnloos kan bewegen? Ik zocht op internet naar antwoorden, maar helaas krijg je daar na een paar keer klikken altijd de minst leuke dingen te lezen of las ik weer over diezelfde tijdsperiode van 6 tot 12 weken. Daarbij kwam dat ik in mijn omgeving ook al 5 verschillende verhalen had gehoord over hoe het in ieder geval niet goed was verlopen. Niet fijn, die info, waar je eigenlijk niks mee kunt, maar wel wat met je doet.
Mijn fysiotherapeut legde en legt me gelukkig veel uit, maar zeker in het begin heb ik veel last gehad van mijn eigen weerstand. Ik zal toch wel laten zien, dat ik sneller beter ben… Jaja… Zucht.

Na bijna 4 maanden kregen we van de arts in het ziekenhuis (bij de 5e foto!) pas een duidelijke uitleg. Zij had de tijd en nám de tijd voor ons en onze vragen.
Wat een eyeopeners: Ik snapte nu dat de breuk aan de kop van mijn schouder ervoor heeft gezorgd dat ik niks kon. De aanhechting van de spieren zit daar en bij elke beweging deed dat zeer. Ik snap nu eindelijk, dat 3 maanden herstellen een heel gewone periode is, dat er 6 maanden nodig zijn om weer de meest normale bewegingen te kunnen maken en dat ik moet verwachten pas na een jaar weer alles te kunnen, zoals m’n armen weer echt de lucht in te kunnen gooien… (áls dat al weer kan na deze breuk). En deze informatie klopte voor het eerst wat de fysio ook steeds aan mij uit had gelegd. Nu klopt het plaatje van mijn herstel pas goed en kan ik het ook aan mijn werkgever uitleggen en aan alle anderen met vragen over mijn langdurende herstel.

Omdat ik zelf zo’n behoefte had aan informatie, schrijf ik hier mijn ervaringen op. Ik hoop dat dit voor iemand anders juist weer een hulp kan zijn om de situatie te vergelijken en duidelijk maakt, wat je kunt verwachten. Natuurlijk, elke breuk is anders en elk herstel verloopt anders, maar de arts, die me uitleg gaf na bijna 4 maanden, en mijn fysiotherapeut hebben me laten weten, dat mijn herstel werkelijk verloopt als te verwachten is. En dat gaf mij voor het eerst echt rust. En dat wens ik jou ook toe.

Hieronder in schema gebracht hoe mijn herstel verliep: Lees meer

De bedrijfsarts (2)

Op 17 oktober ging ik voor het eerst van mijn leven Afbeeldingsresultaat voor herstel botbreuknaar een bedrijfsarts. Na dit gesprek schreef ik erover, omdat ik me werkelijk verbaasde over de onpersoonlijke benadering.
Ik kreeg de dag na het gesprek een verslag met heel veel tekst, maar waarin ik me wél kon vinden qua aanpassingen en tijd nemen voor herstel. Behalve dan het aantal uren per dag. Gisteren, precies 6 weken later, moest ik weer een gesprek langs bij dezelfde vrouw.  Van tevoren nam ik natuurlijk alle scenario’s door, hoe ik me zou voelen, wat ze zou zeggen en nog veel meer.

Vorige week had de arts voor het eerst telefonisch contact opgenomen met mijn directie, dus zo’n 14 weken na mijn ziekmelding. Vrij laat dus, mijn leidinggevende vroeg zich al af, waarom dat zo lang had geduurd. Ook had zij gesproken met iemand van het bestuur en die had haar verteld, dat ik het advies van de bedrijfsarts had moeten opvolgen. En dat had ik niet gedaan: de 3 dagen van 4 uur waren voor mij onmogelijk en in overleg met mijn leidinggevende hadden we een andere oplossing gevonden. Twee dagen van 3 uur op school en één dag thuis aan het werk achter de computer. En zeker nog geen lesgeven.

Ik probeerde voor het eerst een spellingles uit. Omdat ik me inmiddels beter ging voelen en minder pijn ging ervaren, had ik al bedacht dat ik na de kerstvakantie wel weer volledig aan het werk kon gaan. Dit had ik ook overlegd met de arts van het ziekenhuis (13-11) en met mijn fysiotherapeut. Mensen die er naar mijn mening toe doen, die werkelijk inzicht hebben in mijn specifieke situatie. Mijn plan met opbouw had ik overlegd met mijn leidinggevende en die kon zich erin vinden.

Ik was reuze verbaasd toen ik vanmorgen dezelfde bedrijfsarts ontmoette.
Huh? Ja!
Want deze keer had ik zo goed als te maken met een ander mens, een ander humeur, zo goed als een andere bedrijfsarts. Ten eerste stak ze meteen haar hand uit, maar omdat ik mijn handen vol had, zei ze: “Oh, dat komt zo wel…” En inderdaad gaven we elkaar een hand in haar kamertje. Ze maakte een grapje, ze maakte oogcontact en leek 10 keer zo vriendelijk en toegankelijk in vergelijking met mijn eerste keer.
Ze vroeg me hoe het ging, of ik het ziekenhuis al had bezocht en wat de bevindingen daar waren. Ik vertelde over de verbeteringen, over minder pijn, dat mijn botten aan elkaar waren gegroeid en dat ik sinds twee weken mijn arm meer ging belasten. Dat ik in januari terug moet komen voor de controle.

“Dus je kunt weer aan het werk.”
“Ja, ik werk nu 3 keer 4 uur.” (Oké, pas die week voor het eerst, maar toch…)
“Dus dan kun je nu 100% gaan werken, want alles gaat goed vooruit.”
“Nee, ik heb in overleg met mijn directie een plan opgesteld om steeds meer te gaan werken.”
Ik overhandigde mijn eigen plan en liet de opbouw in uren zien tot aan de kerstvakantie. Ze vroeg: “Maar je hebt de afgelopen tijd toch 3 keer 4 uur gewerkt?”
“Nee, tot vorige week nog niet, want dat ging niet. Te veel pijn na elke werkdag en dat zat mijn herstel in de weg.”
“Ja, maar dat was wel mijn advies.”
Ik knik en ben niet van plan om de discussie verder te voeren. Dus ik zeg niks.

Na mijn werkhervattingsplan bekeken te hebben, stemt ze in. Ze ziet de opbouw in uren en omdat ik dit ook overlegd heb met mijn directie, stemt ze ermee in en typt het schema over in haar verslag. Ze typt in het verslag dat ik weer aan het werk ga op 8 januari 2018.

Aan het eind van het gesprek zegt ze: “Je gaat wel heel goed vooruit, want meestal hebben mensen toch zeker een half jaar nodig om volledig te herstellen. Dus daar kun je blij mee zijn… ”
Oké, ik weet niet goed wat ik met deze opmerking moet. We geven elkaar weer een hand en groetten elkaar. Mijn man is stomverbaasd als ik al ik al zo snel weer voor zijn neus sta. In de auto vertel ik over mijn geheel andere ervaring.

Het verslag kreeg ik vandaag binnen en weer verbaast het me, dat het precies weergeeft, wat ik zelf had bedacht. Het is zo’n rare gewaarwording, dat je tijdens het gesprek denkt, dat dit niet zal gaan lukken, dat het verslag volkomen de plank mis gaat slaan. En dat als je het dan leest, het wel klopt…

Ik hoef niet meer terug te komen, doordat ik op korte termijn mijn werk ga hervatten. Was het advies anders geweest, dan had ik dit keer wel een second opinion aangevraagd. Dat had ik ook nodig gehad, als het eerste advies strak was opgevolgd. Ben je het er niet mee eens, dan moet je actie ondernemen, dat is me wel duidelijk geworden. En wat me ook helder is, dat je van tevoren goed moet weten, wat je belemmeringen en mogelijkheden zijn, Afbeeldingsresultaat voor bedrijfsartswant dan valt er te onderhandelen. Ik ben heel trots en blij, dat ik al een plan had opgesteld en dat het al was besproken, want daardoor voelde ik me sterk staan. Had ze de 100% met directe ingang als advies opgegeven, dan was ik daar niet mee akkoord gegaan. Ook al had dat me veel stress opgeleverd, ik ben het waard om voor mezelf op te komen!

Zo ver mijn ervaringen met de bedrijfsarts.
Blij, dat ik dit niet meer hoef, ik raad het iedereen af. Pffffff!

Trots op mijn DWJKDDMPEDR

Als ik ergens trots op ben, dan is het wel op mijn poster. Op 25 augustus nam ik een foto van de lege poster van 70 bij 100 cm (uit een kleurboek).
Ik nam me voor om steeds uurtjes aan verschillende dingen te besteden, onder andere dus aan dit, om mezelf te helpen bij mijn onmacht over de dingen, die ik niet kon.

Van een lege naar een gekleurde poster, die precies vertelt waar ik blij van werd en nu nog wordt:
Doe wat je kan/kunt,
doe dat met plezier
en de rest … Pffffff!

Met dank aan Lenette van Dongen, die me inspireerde tot het doen van die dingen, die ik wél kon en kan!

De tekst, die er origineel op stond, was op zich ook wel van toepassing: “Happiness is not a destination, it’s a way of living”. Maar de nieuwe tekst past nog meer bij mij.
En nu nog beter, de poster is af en mijn botten zijn aan elkaar gegroeid. Ik maak grote stappen vooruit.

De poster met de nieuwe tekst is vandaag af en hangt nu in de huiskamer. Positief, kleurrijk en precies zo als ik in het leven wil staan. Plezier met muziek … en trots!!!

1 2 3 10